Pleasen en boosheid lijken tegenpolen. Vaak komen ze voort uit hetzelfde patroon.

Pleasen oogt vriendelijk. Boosheid voelt hard. Het ene lijkt gericht op verbinding, het andere op afstand. Toch liggen ze vaak dichter bij elkaar dan je denkt.

Je zegt ja terwijl je nee voelt. Je slikt iets in om de sfeer goed te houden. Je glimlacht, past je aan of neemt iets op je wat je eigenlijk niet wilt. Op het moment zelf lijkt er weinig aan de hand. Later komt de irritatie. Je blijft het gesprek herhalen, wordt boos op de ander of verwijt jezelf dat je niets hebt gezegd.

Waarom gebeurt dat? En waarom verdwijnt die boosheid soms opvallend snel zodra je alsnog handelt?

Een kop thee met veel te veel suiker

Een cliënt vertelde over een collega die haar thee bracht met veel suiker. Ze wilde die thee eigenlijk niet, maar nam hem toch aan. Ze glimlachte, bedankte en dronk hem op.

Pas later ontstond de frustratie. Niet alleen richting de collega, maar ook richting zichzelf. Waarom had ze niet gewoon gezegd dat ze haar thee zonder suiker wilde?

Het lijkt een klein voorbeeld. Toch laat het precies zien waar pleasen ontstaat. Niet bij de thee, maar in het automatische moment waarin de wens van de ander belangrijker lijkt dan wat je zelf voelt of nodig hebt.

Pleasen is niet hetzelfde als vriendelijkheid

Pleasen kan er sociaal, behulpzaam en professioneel uitzien. Je bent flexibel, houdt rekening met anderen en voorkomt gedoe.

Maar vriendelijkheid en pleasen zijn niet hetzelfde. Vriendelijkheid ontstaat vanuit keuze. Pleasen ontstaat vanuit een automatische neiging om spanning, afwijzing, teleurstelling of verlies van waardering te voorkomen.

Aan de buitenkant kan hetzelfde gedrag zichtbaar zijn. Aan de binnenkant is het verschil groot. Bij vriendelijkheid kun je vrij kiezen. Bij pleasen voelt aanpassen vaak als de enige veilige of aanvaardbare mogelijkheid.

De innerlijke dialoog tussen Autopilot en Regisseur

Binnen de IOM-methode kijken we naar de innerlijke dialoog tussen de Autopilot en de Regisseur.

De Autopilot vertaalt conditionering, eerdere ervaringen en vertrouwde patronen naar het hier en nu. Dat gebeurt in gedachten, gevoelens, lichamelijke reacties en de neiging om direct iets te doen of juist te vermijden.

  • Blijf aardig.
  • Maak het niet moeilijk.
  • Neem de thee gewoon aan.
  • Zeg maar ja.

De Regisseur vertaalt wat je intuïtief voelt, nodig hebt of belangrijk vindt naar het hier en nu. Van daaruit kun je met de Regisseur bewust richting geven aan wat je denkt, hoe je handelt en de keuzes die je in je leven maakt.

  • Ik wil dit eigenlijk niet.
  • Dit klopt niet voor mij.
  • Hier ligt een grens.
  • Ik wil iets anders zeggen.

Beide zijn vaak op hetzelfde moment aanwezig. De Autopilot zegt bijvoorbeeld ja. De Regisseur voelt en vertaalt nee. Dat gesprek is je innerlijke dialoog.

Je innerlijke dialoog omvat meer dan de woorden in je hoofd. Ook emoties, intuïtie, lichamelijke signalen en neigingen tot handelen maken er deel van uit. Denk aan twijfel of irritatie, een ingehouden ademhaling en de neiging om te glimlachen, toe te geven of weg te kijken.

De belangrijke vraag is: wie krijgt het podium?

Wanneer de Autopilot automatisch het podium krijgt, wordt de neiging vrijwel direct vertaald naar denken, voelen en handelen. Je zegt ‘Ja’ voordat je werkelijk hebt onderzocht wat je echt wilt of wat je behoefte is in deze situatie.

Regie ontstaat wanneer je de innerlijke dialoog leert herkennen en bewust kunt sturen. Je blijft aanwezig bij de verschillende gedachten, gevoelens, lichamelijke signalen en gedragsneigingen. Vervolgens onderzoek je welke keuze werkelijk het beste past bij jou en deze situatie.

Soms past de automatische reactie prima. Soms past de richting die de Regisseur aangeeft beter bij jou en de situatie. Het verschil is dat de handeling niet langer automatisch uit de eerste neiging voortkomt.

Door te oefenen ontstaat er ruimte tussen de neiging en de daadwerkelijke handeling. Die ruimte is niet leeg. Daar vindt jouw innerlijke dialoog plaats. En precies daar ontstaan regie en keuzevrijheid.

Waarom de boosheid vaak pas later verschijnt

Op het moment zelf krijgt de Autopilot vaak het podium. Je stemt toe, lacht mee, neemt extra werk aan of zegt dat iets prima is. Je handelt voordat je werkelijk hebt onderzocht wat er in jou gebeurde.

Later wordt duidelijk wat je eigenlijk wilde. De Regisseur vertaalde jouw intuïtieve grens, behoefte of positie wel, maar kreeg onvoldoende ruimte om die in handelen om te zetten.

Daar kan aanhoudende boosheid ontstaan. Je blijft het gesprek opnieuw voeren in je hoofd. Je bedenkt achteraf wat je had willen zeggen. Je ergert je aan de ander, maar ook aan jezelf.

Hier is een belangrijke nuance nodig. De ander kan onredelijk, respectloos of grensoverschrijdend hebben gehandeld en blijft verantwoordelijk voor dat gedrag. Maar de ander is niet verantwoordelijk voor wat jij vervolgens met jouw grens, behoefte en positie doet. Ook wanneer het gedrag van de ander jouw gevoelens oproept, blijft het jouw verantwoordelijkheid om die gevoelens serieus te nemen, te onderzoeken en te vertalen naar een passende handeling.

Boosheid kan een directe en passende reactie zijn op wat er gebeurt. De langdurige lading ontstaat vaak wanneer het signaal wel is gevoeld, maar de bijpassende handeling is uitgebleven. Het moment blijft dan als het ware onafgemaakt.

Wanneer dit vaker gebeurt, kunnen onafgemaakte momenten zich opstapelen. Nieuwe situaties die hetzelfde patroon raken, roepen daardoor sneller en heviger spanning of boosheid op, ook wanneer de directe aanleiding op zichzelf klein lijkt. Je wordt steeds gevoeliger voor dezelfde trigger, omdat niet alleen het huidige moment wordt geraakt, maar ook wat je eerder hebt ingehouden of niet hebt afgemaakt.

Geen schuld, wel verantwoordelijkheid

Met verantwoordelijkheid neem je jouw eigen invloed terug. De ander blijft verantwoordelijk voor diens gedrag; jij bepaalt wat je vervolgens met jouw grens, behoefte en positie doet.

Schuld vraagt: wie heeft er iets verkeerd gedaan? Verantwoordelijkheid vraagt: wat kan ik nu nog doen met wat ik voel, nodig heb of belangrijk vind?

Je kunt alleen loslaten wat je zelf vasthoudt.

Zolang je wacht tot de ander begrijpt wat er is gebeurd, verandert, excuses aanbiedt of jouw grens alsnog aanvoelt, leg je jouw regie buiten jezelf. Door jouw verantwoordelijkheid terug te nemen, herstel je jouw invloed en keuzevrijheid.

Het moment alsnog afmaken

Soms is inzicht genoeg om iets te begrijpen. Maar wanneer een noodzakelijke handeling is uitgebleven, vraagt het moment vaak alsnog om actie.

Dat kan betekenen dat je terugkomt op een gesprek. Dat je zegt dat een opmerking voor jou een grens overschreed. Dat je een eerdere instemming corrigeert. Dat je alsnog de vraag stelt die je hebt ingeslikt. Dat je benoemt wat je nodig hebt of welke consequentie je aan een situatie verbindt.

Bijvoorbeeld:

  • Ik zei gisteren dat het prima was, maar dat was te snel. Ik wil erop terugkomen.
  • Die opmerking bleef bij mij hangen. Voor mij ging die over een grens.
  • Ik heb ja gezegd, terwijl ik dit niet wil. Daarom verander ik mijn antwoord.
  • Ik merk dat ik iets heb ingehouden. Ik wil het alsnog uitspreken.

Wanneer iemand alsnog werkelijk handelt naar de intuïtieve behoefte, kan de interne lading opvallend snel afnemen. Soms verdwijnt ook het eindeloos herhalen van de situatie in je hoofd direct.

Het moment is dan afgemaakt. Je hoofd hoeft niet langer te blijven zoeken naar een antwoord dat in de werkelijkheid nog ontbreekt. Daarvoor hoeft de ander niet te veranderen, het met je eens te zijn of excuses aan te bieden.

Jij hebt jouw positie ingenomen. Dat is regie.

Dit is niet altijd comfortabel

Een oud patroon van pleasen is meestal niet zonder reden ontstaan. Aanpassen kan ooit veiligheid, waardering, rust of behoud van de relatie hebben opgeleverd.

Terugkomen op een gesprek kan daarom spanning, schuldgevoel of angst oproepen. Veel mensen wachten tot ze zich zeker of comfortabel genoeg voelen. Dat moment komt niet altijd.

Je blijft bij je innerlijke dialoog aanwezig en onderzoekt ondanks de spanning welke handeling werkelijk past bij jou en de situatie.

Je vertraagt, voelt, kiest en handelt, zonder de boosheid impulsief op de ander af te reageren.

Dat kost soms moed. Het resultaat is vaak meer rust, duidelijkheid en keuzevrijheid.

Boosheid heeft meer vormen dan woede

Boosheid verschijnt niet altijd als een uitbarsting. Ze kan ook zichtbaar worden als irritatie, onrust, frustratie, verontwaardiging, kortaf reageren, cynisme, sarcasme, piekeren, afstand nemen, vermijden, controleren, micromanagement, passief-agressief gedrag of een reactie die groter is dan de situatie lijkt te rechtvaardigen.

Dat betekent niet dat iedere irritatie automatisch wijst op een ingeslikte grens. Het is wel de moeite waard om te onderzoeken:

  • Wat heb ik niet uitgesproken?
  • Welke handeling is uitgebleven?
  • Waar zei ik ja terwijl ik nee voelde?

Wat pleasen binnen teams veroorzaakt

Hetzelfde mechanisme speelt ook binnen teams. In teamcoaching wordt vaak zichtbaar hoe aanpassen, vermijden en ingehouden spanning de samenwerking beïnvloeden. Pleasen lijkt daar op korte termijn vaak behulpzaam. De planning wordt niet tegengesproken. Een leidinggevende slikt kritiek in. Een collega lacht mee om een grensoverschrijdende opmerking. Het team zegt ja tegen een besluit zonder werkelijk draagvlak.

Dat houdt de sfeer tijdelijk rustig. Op langere termijn ontstaat ruis.

Mensen trekken zich terug, voeren afspraken half uit, worden cynisch of bespreken hun bezwaren buiten de ruimte waar het besluit is genomen. Leidinggevenden gaan meer controleren. Betrokkenheid en psychologische veiligheid nemen af.

Een team waarin niemand spanning veroorzaakt, is niet automatisch een veilig team. Het kan ook een team zijn waarin mensen hebben geleerd dat aanpassen veiliger is dan uitspreken.

Van inzicht naar handelen

Begrijpen waarom je pleast of boos blijft, is waardevol. Een onafgemaakt moment vraagt soms ook om handelen. Onderzoek wat je niet hebt gedaan, wat je wilde zeggen, welke grens je voelde, welke vraag je inslikte en welke positie je niet innam. Vervolgens kun je alsnog handelen. Zo neem je de regie terug en ontstaat het loslaten vaak vanzelf. Binnen persoonlijke coaching kun je dit patroon onderzoeken en oefenen met ander handelen.

Vragen om mee te nemen

Denk aan een situatie die nog steeds lading oproept.

  1. Wat was mijn eerste automatische neiging?
  2. Wat merkte ik in mijn lichaam?
  3. Welke gedachten hielden mij tegen?
  4. Wat wilde ik eigenlijk zeggen of doen?
  5. Welke handeling is uitgebleven?
  6. Welke keuze past nu werkelijk bij mij en deze situatie?
  7. Kan ik op het moment terugkomen en het alsnog ‘afmaken’?

Regie is het vermogen om bewust te kiezen tussen het volgen van de automatische neiging van de Autopilot en handelen vanuit de intuïtieve behoefte die de Regisseur vertaalt. Die keuze kun je maken in het moment zelf of, wanneer de Autopilot al heeft gehandeld, door er later op terug te komen.

In je innerlijke dialoog onderzoek je wie het podium krijgt en welke keuze het beste past.

Daar ontstaan regie en keuzevrijheid. Soms begint dat met iets groots. En soms met een kop thee zonder suiker.

Herken je dit patroon?

Inzicht is een begin. In een kennismaking onderzoeken we wat jou stuurt en wat er nodig is om ruimte te maken voor een keuze die werkelijk bij jou en de situatie past.

Geef een reactie

Ontdek meer van Sjoerd Kersten - coach, trainer en therapeut

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder